In België zijn de regels over beroepspapieren voor de binnenvaart een bevoegdheid van de gewesten. Sinds 18 januari 2022 gelden er nieuwe Europese regels voor beroepskwalificaties in de binnenvaart. In Vlaanderen zijn die regels omgezet naar Vlaamse regels. Er is ook een overgangsperiode om oude papieren om te zetten.
1) Soorten schepen in de binnenvaart
In de binnenvaart zijn er veel soorten schepen. Elk schip heeft zijn eigen werk en zijn eigen risico’s. Dit zijn de meest voorkomende soorten:
Een droge-ladingschip vervoert vaste goederen, zoals zand, stenen, staal of graan. De lading zit meestal in een ruim met luiken.
Een containerscheep vervoert containers. Containers staan op elkaar, zoals op een vrachtwagen of trein.
Een tankschip vervoert vloeistoffen. Dat kan bijvoorbeeld brandstof zijn, of andere producten. Soms gaat het om gevaarlijke stoffen. Daarom gelden er extra veiligheidsregels.
Een passagiersschip vervoert mensen. Dat kan voor dagtochten zijn, zoals rondvaarten, of voor langere reizen. Op sommige passagiersschepen zijn extra attesten nodig voor veiligheid in noodsituaties.
Een duwboot of sleepboot duwt of trekt één of meer bakken (andere schepen zonder eigen motor). Dit heet duwvaart of sleepvaart.
Daarnaast bestaan er ook werkvaartuigen, zoals schepen voor werken aan kanalen, oevers en havens. Denk aan baggeren, bouwen of onderhoud. (Niet elk werkvaartuig staat op deze pagina, maar ze horen wel bij de binnenvaart.)
2) Jobs aan boord
Op een binnenschip werkt een bemanning. Wie aan boord werkt, heeft taken aan dek, in de stuurhut en soms ook bij de motor. De grootte van de bemanning hangt af van het schip en van de manier van varen (bijvoorbeeld alleen overdag of ook ’s nachts).
In Vlaanderen staan je functies en je vaartijd in een dienstboekje. Dat is een persoonlijk document. Als je kwalificaties daarin staan, tel je mee voor de wettelijke bemanningseisen. Als je schipper wordt, krijg je een apart kwalificatiecertificaat.
Hieronder staan de meest voorkomende functies, van startfunctie tot eindverantwoordelijke.
Deksman
Een deksman is een startfunctie. Je leert het werk vooral door het te doen. Je werkt bijna altijd onder begeleiding van iemand met meer ervaring. In Vlaanderen kan je de functie deksman krijgen als je minstens 16 jaar bent en een basisopleiding veiligheid hebt gevolgd.
Als deksman help je bijvoorbeeld met afmeren (trossen vastmaken), schoonmaken, klein onderhoud, materiaal klaarleggen en helpen bij laden en lossen. Veilig werken hoort er altijd bij.
Lichtmatroos
Een lichtmatroos is ook een startfunctie. In Vlaanderen is dit vaak gekoppeld aan een leertraject met een leerovereenkomst. Je kan dit starten vanaf 15 jaar als je zo’n leertraject volgt.
Een lichtmatroos doet gelijkaardige taken als een deksman. Je werkt onder begeleiding en je bouwt ervaring op.
Matroos
Een matroos doet het werk aan dek meer zelfstandig. Je helpt met afmeren, onderhoud, schoonmaken en veilig werken. Je kan ook taken doen zoals uitkijk houden en sturen (als roerganger), als dat past bij het werk aan boord.
In Vlaanderen kan je matroos worden via een erkende opleiding of via een examen met voldoende vaartijd. Vaak gaat het bij de examenroute om 360 vaardagen. Een andere route is een goedgekeurd opleidingsprogramma, met daarin ook vaartijd (bijvoorbeeld 90 dagen binnen het programma). De precieze route hangt af van je situatie (leeftijd, opleiding en ervaring).
Volmatroos
Een volmatroos heeft extra ervaring. Je kan zelfstandig alle typische werkzaamheden aan boord doen, en je kan meer verantwoordelijkheid dragen.
In Vlaanderen kan je volmatroos worden als je bijvoorbeeld minstens 180 vaardagen als matroos hebt opgebouwd. Er is ook een route via een langer goedgekeurd opleidingsprogramma met vaartijd.
Stuurman
Een stuurman helpt de schipper. Je stuurt het schip vaak mee, je houdt toezicht op werk aan dek, en je helpt bij veilig varen. Je moet ook goed kunnen communiceren met sluizen, bruggen en andere schepen.
In Vlaanderen kan je stuurman worden als je bijvoorbeeld minstens 180 vaardagen als volmatroos hebt opgebouwd. Voor deze functie is ook een certificaat radiotelefonist (VHF) nodig.
Werktuigkundige
Een werktuigkundige (ook: motorist) zorgt voor de motoren en de techniek. Je controleert de motor, je doet onderhoud en je helpt storingen oplossen. Niet elk schip heeft een aparte werktuigkundige. Op kleinere schepen doet de schipper (of de stuurman) vaak ook technische taken.
Schipper
De schipper is de baas aan boord. De schipper stuurt het schip, plant de reis en is verantwoordelijk voor de veiligheid van iedereen aan boord. De schipper zorgt ook dat het schip technisch en administratief in orde is, en dat laden en lossen veilig gebeurt.
In Vlaanderen heet dit document het kwalificatiecertificaat schipper (Vaarbewijs B). Voor veel binnenvaartschepen die goederen of personen vervoeren is dit certificaat verplicht. Er zijn ook uitzonderingen, bijvoorbeeld voor sommige kleine schepen of voor recreatievaart.
Ook voor schipper zijn er verschillende manieren om het certificaat te behalen. In Vlaanderen kan dat bijvoorbeeld via:
- een goedgekeurd opleidingsprogramma op leidinggevend niveau met vaartijd (bijvoorbeeld 360 dagen in het programma), of
- via de route “stuurman naar schipper”, met bijvoorbeeld 180 vaardagen als stuurman en een examen, of
- via een route met veel vaartijd (bijvoorbeeld 540 vaardagen) en een examen.
Voor schipper heb je ook een certificaat radio-operator (VHF) nodig.
Veel mensen zeggen “kapitein”, maar in de binnenvaart wordt meestal “schipper” gebruikt. “Kapitein” betekent niet automatisch dat je een apart ondernemersdiploma nodig hebt. Soms is een schipper ook ondernemer, bijvoorbeeld als je je eigen schip hebt. Dan heb je natuurlijk ook kennis nodig van plannen, klanten, geldzaken en papierwerk.
3) Extra attesten voor speciale vaart of speciale lading
Soms heb je, naast je basisfunctie, extra attesten nodig. Dat hangt af van waar je vaart en wat je vervoert.
VHF certificaat voor de marifoon
Als je de marifoon (VHF) gebruikt op de binnenwateren, moet je een beperkt certificaat van radiotelefonist (VHF) hebben. In België gebeuren examens hiervoor via het BIPT.
ADN-attest voor gevaarlijke goederen
Als een schip gevaarlijke goederen vervoert, moet er meestal een deskundige aan boord zijn met een ADN-attest. Dat attest toont dat je opleiding kreeg en een examen deed over de regels voor gevaarlijke goederen. Het ADN-attest is 5 jaar geldig. Er bestaan verschillende types, zoals basis, gas en chemie.
Deskundige passagiersvaart
Op passagiersschepen kan een deskundige passagiersvaart nodig zijn. Dat is iemand die in noodsituaties maatregelen kan nemen om passagiers veilig te houden. In Vlaanderen is dit attest 5 jaar geldig en je moet slagen voor een examen (theorie en praktijk).
Specifieke vergunning Radar
Soms vaart een schip “op radar”, bijvoorbeeld bij slecht zicht. Dan heb je een Specifieke Vergunning Radar nodig. In Vlaanderen moet je daarvoor onder andere 18 jaar zijn, schipper zijn en een VHF-certificaat hebben, en slagen voor examens.
Specifieke vergunning Maritieme aard
Sommige waterwegen zijn “binnenwateren met maritiem karakter”. Dat zijn binnenwateren waar je ook te maken krijgt met zaken zoals getijden en zee-invloeden. Als je daar wil varen, heb je naast het kwalificatiecertificaat schipper ook een Specifieke Vergunning Maritieme Aard nodig. In Vlaanderen moet je daarvoor onder andere 18 jaar zijn, schipper zijn, een VHF-certificaat hebben en slagen voor een theorie-examen.
Specifieke vergunning Specifieke risico’s
Voor sommige moeilijke of gevaarlijke riviergedeelten heb je extra kennis nodig. Voor bepaalde delen van de Rijn heb je daarom een Specifieke Vergunning Specifieke Risico’s nodig. In Vlaanderen moet je daarvoor onder andere schipper zijn, een VHF-certificaat hebben, en die rivierdelen recent meerdere keren hebben bevaren, en slagen voor een theorie-examen.
Op de Rijn bestaan er ook extra regels via de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR/CCNR). Daarin staan ook de regels over schipperscertificaten en specifieke vergunningen.
4) Hoe ziet groeien in de binnenvaart er vaak uit?
Veel mensen groeien stap voor stap. Een klassieke weg is: deksman of lichtmatroos, daarna matroos, daarna volmatroos, daarna stuurman, en daarna schipper. Hoe snel dat gaat, hangt af van je opleiding en je vaartijd. Je vaartijd wordt geregistreerd in je dienstboekje.
5) Belangrijk om te weten
De binnenvaart heeft regels, omdat veiligheid op het water belangrijk is. Er zijn regels voor bemanning, communicatie, lading en veiligheid. Er zijn ook technische regels voor schepen, en schepen hebben verplichte uitrusting en certificaten.
Regels kunnen verschillen per land en per waterweg, en regels kunnen veranderen. Kijk daarom altijd op de officiële websites van de bevoegde overheid voor de meest recente voorwaarden.